Posts

Steenovens bij Lemele (3)

Afbeelding
Hier is een kaartje uit omstreeks 1890 (Topotijdreis.nl). Met geel gemarkeerd de mogelijke transportroutes van de leemwinning. Drieling was de plek waar voorheen de Tichelerij stond.   Ook is er een zandkuil te zien met een weg naar het kanaal. Hieronder de hoogtekaart van het zuidelijke gedeelte van de Lemelerberg. Hierop is te zien waar de afgravingen hebben plaatsgevonden. Blauw is laaggelegen, bruin is hooggelegen. T = locatie van Tichelerij (op latere kaarten met Drieling aangegeven) Z = zandkuil. Waarschijnlijk voor zand- en grindwinning afgegraven, niet voor de leem. A = afgegraven plateau. Onduidelijk door wie afgegraven. Mogelijk Tichelerij. B = afgegraven plateau. Zo te zien aan de topografische kaart is op dit plateau leem t.b.v. de steenfabriek aan het kanaal afgegraven en/of zand- grind dat via het kanaal werd afgevoerd. Over de Tichelerij wordt gezegd dat daar een smalspoor is gebruikt om het afgegraven leem naar de oven te brengen. Waar het precies lag is niet duidelij

Steenovens bij Lemele (2)

Afbeelding
Op de topografische kaart van omstreeks 1850 staat de Tichelerij aangegeven bij de Ledeboerweg in Lemele. De geschiedenis ervan lijkt heel simpel. Het artikel van Wikipedia samengevat: 1840 aankoop grond steenoven Ledeboerweg t.b.v. steenfabriek door De Moen en Compagnons 1855 de verplaatsing van de steenfabriek naar het Overijssels Kanaal 1862 Kingma neemt de steenfabriek over 1872 ombouw van steenoven naar melkfabriek Maar het is wel wat complexer dan dat.  1840 aankoop grond aan de Ledeboerweg.  In de vergunning stond ook nog: "benevens eene kalkbranderij." Voor mij onbekend. De Moen en Comp. Carel Godefroi de Moen was een zwager van Dr. A C van Raalte. Voordat hij naar Ommen kwam was hij "heel- en vroedmeester" in Hattem. Ook Dirk Blikman Kikkert was een zwager van Dr van Raalte. Geen van drieën kwam uit de omgeving van Ommen. Elias Ravenshorst wel. Wikipedia zegt dat de grond gekocht werd in 1840. In juli/augustus dat jaar werden de gemaakte producten al

Steenovens bij Lemele (1)

Afbeelding
Simpel gezegd was een steenoven een fabriek waar bakstenen werden gemaakt. Volgens de kaarten op Topotijdreis.nl bevonden zich omstreeks 1850 twee steenovens nabij Lemele. Een steenoven heeft de naam Tiggelerij. Tichel is een oude benaming voor baksteen. Het woord is verwant aan tegel en het Duitse Ziegel (= baksteen) en afkomstig van het Latijnse tegula (= dakpan). Tichelarij wordt ook wel eens pannenoven genoemd. Dus misschien werden er zowel dakpannen als bakstenen gemaakt. Steenoven aan de Regge Hierover heb ik heel weinig kunnen vinden op het internet. Wel een artikel op natuurlijkcultuurrijk.nl waarin vermeld wordt dat die steenoven gesitueerd was aan De Belte in Lemele. Dat is aan de westkant van de Regge terwijl de steenoven volgens de kaart aan de oostkant ligt. Op onderstaande kaart is links de locatie volgens het artikel gemarkeerd. Voor mij is deze locatie niet zeker, ook al zijn de exacte coördinaten in het artikel vermeld. Bij andere artikelen op de site is duidelijk dat

Karrensporen bij Hoogengraven

Afbeelding
Karrensporen bij Hoogengraven Het vervolg op de Karrensporen in Arriën. Oostelijk van de oude rivierarm zijn de karrensporen op de hoogtekaart minder in aantal. Water, wind en mensen hebben daar meer invloed op de bodem uitgeoefend. Een deel van de karrensporen is aangeduid met een rode lijn. In het gebied zijn begraafplaatsen uit het Laat Neolithicum, de Bronstijd, de IJzertijd en de Romeinse Tijd gevonden. Het hoog gelegen deel ten zuiden van de karrensporen, Calsum genaamd (de naam Calsum zou dodenheem betekenen), is een beschermd archeologisch monument vanwege de grafheuvels uit de IJzertijd. Daarover in een ander artikel meer. Nederzettingen uit de genoemde perioden zijn in het gebied nog niet ontdekt maar worden er wel vermoed vanwege de aanwezigheid van begraafplaatsen. De zichtbare karrensporen zijn van recentere datum maar hebben zeer waarschijnlijk voorgangers gehad tot en met de prehistorie, gezien de aanwezigheid van begraafplaatsen. Deze sporen moeten nog onder het (stuif-

De grafheuvels van Calsum

Afbeelding
De grafheuvels van Calsum (bij Hoogengraven) Calsum zou dodenheem betekenen, aldus de site CanonvanNederland.nl. Over deze groep grafheuvels is al veel bekend. Deze grafheuvels dateren uit de ijzertijd (800 voor Chr. - 12 na Chr.). Voor een deel zijn ze in 1930 onderzocht door de bekende hunnebeddenarcheoloog van Giffen. Het kwam niet tot een vervolg en ook niet tot publicatie. In het boek Cultuurhistorische Atlas van de Vecht is er wel een hoofdstuk over geschreven. Online is er een artikel te vinden van Roy van Beek: "Van Giffen langs de Overijsselse Vecht, onderzoek naar een vergeten tumuliveld met brandheuvels in Hoogengraven." Naar de grafheuvels is wel onderzoek gedaan, over de locatie an sich kon ik maar weinig vinden.   Situatie 2019 en 1900 volgens Topotijdreis De hoogtekaart AHN van het gebied. Bruin is hoog gelegen, blauw is laag gelegen. Goed te zien zijn de grafheuvels. Naar de grafheuvels is wel onderzoek gedaan, over de locatie wordt verteld dat deze op een z

Karrensporen Varsenerveld

Afbeelding
Waar de Varsenerweg op de oude Hessenweg uitkomt zijn in het bos in noordelijke richting veel karrensporen te zien. De Oude Woestendijk heeft meerdere voorlopers gehad.  Waarschijnlijk zijn alle sporen uit de periode vanaf de late middeleeuwen toen het drassige gebied richting Witharen geleidelijk omgezet werd in productieve gronden. Het zou dan gaan om plaatselijk verkeer van de bewoners van Varsen omdat de sporen van daaruit afkomstig lijken te zijn.   Enkele karrensporen zijn met rode lijntjes aangegeven.   Een eeuwenoude begaanbare doorgaande route volgde de hoge zandgronden in noordwestelijke richting. In noordoostelijke richting was niet of nauwelijks begaanbaar veengebied. Die karrensporen zijn waarschijnlijk van boeren die het veengebied hebben gecultiveerd. Ze gingen er boekweit verbouwen.

Karrensporen in het Vechtdal

Afbeelding
Algemeen Een karrenspoor is een spoor over onverhard terrein veroorzaakt door wagenwielen. Meestal was er geen sprake van een begrensde weg en waaierden de sporen uit over een breed gebied. Wanneer een spoor minder goed begaanbaar was doordat het bijvoorbeeld te diep was uitgesleten of modderig was, werd er een nieuwe route door het landschap gezocht, de volgende kar volgde dan dit spoor en als dit maar vaak genoeg werd herhaald ontstonden er bundels van karrensporen. Soms zijn zij nog zichtbaar in het terrein. Karrensporen hebben een middeleeuwse oorsprong maar het is niet uitgesloten dat sommige van deze routes ook al in de prehistorie werden gebruikt. Door verschillende breedtes en doordat de wielen niet haaks op de grond stonden sleten de karrensporen snel uit. In de zeventiende eeuw werd er een standaardmaat bepaald voor de spoorbreedte van de karren. Deze was 128 cm. Ook moesten de wielen haaks op de grond staan. De Duitse Hessenwagens konden niet verplicht worden te voldoen aan